Pet Shop Boys Battle

album-actually1Avant-garde, camp en ook nog eens hitgevoelig. Het is een combinatie van eigenschappen die je zelden (nooit?) tegenkomt bij één artiest. Kunst, kitsch en nog lekker in het gehoor liggen ook. David Bowie? Ja, die was behoorlijk arty-farty en scoorde veel hits, maar er zijn weinig critici of luisteraars die hem als ‘fout’ zouden bestempelen. Lady Gaga? Die mist toch wel de kunst-factor (kitsch en hits genoeg).

De Pet Shop Boys zijn dus uniek in hun soort. Het zegt genoeg dat ze nooit echt geïmiteerd zijn. Ok, Tears For Fears kwam misschien in de buurt, maar die waren er al eerder – en ook niet zo controversieel als het Britse duo.

Neil Tennant en Chris Lowe gingen in 1981 de samenwerking aan. Het gros van de hits scoorden ze tussen 1985 (West End Girls) en 1993 (Go West). Toeval, dat het begon en eindigde met het westen? Daarna haalden eigenlijk alleen de samenwerkingen nog de hitparade: in 1996 met David Bowie en elf jaar later met Robbie Williams.

Eens te meer materiaal voor ons om over te schrijven. Dit zijn de meest ondergewaardeerde Pet Shop Boys-tracks – volgens ons althans.

Keuze Werner Schlosser: Paninaro (1986)

Productioneel hoogstandje met uiterst minimale tekst

Een ‘artiest’ is voor mij een persoon, bij een ‘band’ denk ik aan – pak ‘m beet – de Foo Fighters en een ‘act’ vereenzelvig ik met One Direction-achtige gezelschappen. Maar hoe noem je de Pet Shop Boys dan? Ik kom even niet verder dan het laffe ‘duo’. Vanwaar deze opmaat? Vanwege deze beoogde openingszin…

Als er één duo (artiest, band of act) is, waarvan de b-kantjes zich kunnen meten met hun daadwerkelijke singles, dan zijn dat de Pet Shop Boys wel. Sterker: veel andere muzikanten zouden een moord doen voor een a-kant zo sterk als een gemiddeld Pet Shop Boys-b-kantje. Niet voor niets hebben Neil Tennant en Chris Lowe gedurende hun nu al bijna 30 jaar durende carrière maar liefst twee dubbel-cd’s uitgebracht met louter bonustracks van hun singles: Alternative in 1995 en Format in 2012. Die doen in niets onder voor de drie Best Ofs die van hen zijn verschenen.

Gevraagd naar het meest ondergewaardeerde liedje van de Pet Shop Boys dacht ik dus direct aan een b-kantje, aangezien die per definitie ondergewaardeerd zijn. Anders waren ze wel tot single verkozen…

Goed verhaal, lekker kort. Op naar de kern van mijn betoog dus. Een van de goede dingen van de muziek van de Pet Shop Boys vind ik, dat onder de vaak boordevolle producties altijd een liedje schuilgaat. Om dat aan te tonen overwoog ik aanvankelijk om een uiterst kaal nummer als Your Funny Uncle te nomineren. Kippenvel, maar zo a-typisch Pet Shop Boys, dat ik daarmee elke kans om deze battle winnend af te ronden zou vergooien. Dus geniet daar maar in stilte van, terwijl ik mijn geheime wapen in de strijd gooi…

In de jaren ’80 en ’90 was ik nog zo’n malloot die van zijn favoriete liedjes zowel de single (7”) kocht als de maxisingle (12”), en in een later stadium zelfs de cd-maxi. Ook als ik het album met het betreffende liedje al had. Goed voorbeeld daarvan is Suburbia van de Pet Shop Boys. Een fantastische track met percussie aan het begin, die blaffende honden daar doorheen, die aanzwellende noot en die invallende Fairlight-synthesizer. En dan zijn we pas acht seconden onderweg.

Maar ik viel pas echt van mijn stoel toen ik het singletje omdraaide. Daar trof ik Paninaro, met zijn dreigende paukintro, als gitaren aandoende synthesizerpartijen, karakteristieke jaren ’80 synthdrumgeluid, uiteraard weer die Fairlight, de stemsamples en percussiebreak vlak voordat de zang begint. In een Pet Shop Boys-intro gebeurt meer dan in menig complete album van welke andere artiest dan ook.

Bonuspunten verdient dit nummer ook door het lijnrecht tegenover elkaar plaatsen van Chris Lowe’s koele opsommingen (Passion and love and sex and money, violence, religion, injustice and death) en de zanglijnen van Neil Tennant, zelfs al komt hij in het hele nummer niet verder dan het zingen van de titel. Het abrupte einde doet alleen maar verlangen naar meer.

Een extra reden om voor dit nummer te kiezen, is het feit dat ik de remix die in 1995 wel degelijk als a-kant uitkwam zo slecht vind. Alle elementen die ik hierboven omschreef, ontbreken in die versie, die tot overmaat van ramp ook nog eens van een rap voorzien werd. Don’t. Go. There!

Dat gezegd hebbende klinkt de nieuwe single van de Pet Shop Boys, Thursday, als een kruising van hun eigen Paninaro met Don’t Waste My Time van Paul Hardcastle. Én Thursday bevat een rap, van Example ;-).

Maar goed: focus. Kiest allen Paninaro. Ook nog eens een prima herfstsoundtrack, als je het mij vraagt. Maar wie vraagt mij wat…

Keuze Roland Kroes: Suburbia (1986)

Met een paar zinnen wordt een geweldige sfeer neergezet; verveling, baldadigheid, uitzichtloosheid

Pet Shop Boys. Onbegrepen duo in het muzikale spectrum. Eigenlijk verdient hun hele oeuvre een plek op deze website. Het is natuurlijk ook wennen hè, die stem van Neil Tennant. Hoog in het lijstje ‘verveeld zingen’, samen met Michael Stipe en Rihanna. Ik mag ze wel, dat duo met die punthoeden.

Maar ja, welk nummer kwalificeert zich voor deze battle? Ik duik terug naar 1986. Een fascinerend intro, dat een ander geluid opleverde tussen de Stock Aitken & Waterman-deuntjes van dat moment. Die video, die zagen we in zuidoost Brabant natuurlijk pas járen later.

Wat mij fascineert aan het nummer, is hoe met een paar zinnen een geweldige sfeer wordt neergezet. Verveling, baldadigheid, uitzichtloosheid. Daarmee laat het zien dat Pet Shop Boys nét even wat meer nadenkt over hun nummers. Tegelijkertijd, met covers als Where the Streets have no Name gooien ze dát imago meteen weer te grabbel ;-).

Keuze Bram KosterDomino Dancing (1988)

Misschien wel vanwege dat prettig ogende meisje in de videoclip

Pet Shop Boys. Jezus, dat is een ‘blast from the past’. En daar horen ze ook. Laatst zat ik met vriend Arno in de auto terug van het Atoms fro Peace-concert in Antwerpen en hoorden we wat teasers van het nieuwste PSB-album. Die teasers klonken supervet, maar het geheel viel zwaar tegen. Dus ik laat ze maar even in het verleden, want toen waren ze wél belangrijk. Voor mij dan.

Het begon voor mij allemaal met het remix-album Disco en het bloedde een beetje dood aan het eind van jaren tachtig. Domino Dancing was een laatste stuiptrekking, voor mij dan. Lekker snerende trompetten aan het begin en zo’n heerlijk ongecompliceerd synthpop-deuntje. Wat hielp: het nummer kwam uit in 1988, de tijd van Sky Channel, waar dit nummer heel regelmatig voorbijkwam. En ik was 18 jaar, dus misschien is dat meisje in de videoclip wel de belangrijkste reden dat ik dit nummer zo goed vond. Daarna is het ze in ieder geval niet meer gelukt me zó te boeien.

Keuze Martijn Vet: Left To My Own Devices (1988)

Alles komt samen in de ultieme Pet Shop Boys-song

Alleen al vanwege hun vermogen even briljante als wanstaltige nummers te maken, verdienen de Pet Shop Boys een battle. Het ontroerend mooie Rent en het graflelijke Hallo Schpäceboy, het hilarische She’s Madonna en het hemeltergende Somewhere, je houdt het niet voor mogelijk dat de twee Britten tot dat alles in staat zijn.

Je zou kunnen zeggen dat zelfs al die lelijkheid zijn charme heeft. Hoe het eindresultaat ook uitvalt, de onderkoelde humor en de bombast zijn nooit ver weg. Dat alles komt prachtig samen in de ultieme Pet Shop Boys-song Left To My Own Devices.

Haters zullen betogen dat het qua pretenties niet onderdoet voor de drakerigste Borsato/Ewbank-producties. Helemaal waar, maar risicoloze polderpretenties en intelligente supercamp, dat is toch een wereld van verschil. Vergelijk alleen even deze twee tekstfragmentjes:

Maar dan hoor ik de muziek en die tilt me op
Ze overstemt de klanken van de twijfel in mijn kop

Chris en Neil horen ook iets, maar dan gaat het zo:

But in the back of my head, I heard distant feet
Che Guevara and Debussy to a disco beat

Hoe we dat laatste ook moeten duiden, het is zo genadeloos over the top dat je er wel van móet houden. Ik in ieder geval wel.

Keuze Victor Romijn: Se A Vida É (1996)

Een puberhand is snel gevuld

Voor mij is Se A Vida É de enige echte zomerhit die de Pet Shop Boys hebben gehad.

Het was een van de laatste vakanties dat ik met mijn ouders mee ging. We waren ergens in Frankrijk, in wat je makkelijk een Engelse kolonie kan noemen. De connecties werden vrij makkelijk gemaakt omdat ik beter Engels dan Frans sprak en ik verbleef overdag liever bij het zwembad met de andere jongeren in plaats van mee te gaan naar het strand.

En aan het einde van zo’n dag, na het eten, dook ik onder de douche, deed mijn nieuwe kleren aan en ging naar de campingdiscotheek. Heel low key, een matige DJ en om elf uur ging de muziek uit, maar prima te doen als je vijftien bent. Alle zomerhits kwamen langs (ook de Macarena, als ik het me goed herinner), en daar ontdekte ik Se A Vida É.

Weer thuis zag ik hem op MTV langs komen, want in Nederland heeft het nummer nooit echt iets gedaan. De herkenbare drums, de zomerse clip, de oees en aaas, Se A Vida É heeft alle ingrediënten om zich voor altijd in je geheugen te nestelen. En dat heeft het bij mij dus gedaan.

Life is much more simple when you’re young.

Keuze Edgar Kruize: I Don’t Know What You Want But I Can’t Give It Anymore (1999)

Een dieptriest nummer vol onmacht over een stuklopende relatie, onder een kitscherige muzieklaag

Als piepjonge muziekliefhebber midden jaren tachtig bracht ik honderden kwartjes naar platenwinkel Disco Zuid in ’s-Gravenzande. Kelderde een liedje net de achter de toonbank uitgestalde hitparade uit, kwam ‘ie in de bak met singles voor een gulden terecht. Twee weken later nog steeds onverkocht? Dan ging er nog eens vijftig cent af. Met de beperkte financiële middelen van een 11-jarige, was die twee kwartjes bak dus het meest interessant. Daaruit startte mijn muziekcollectie met opvallend veel Pet Shop Boys. Je wist namelijk zeker ‘komen ze in de gulden bak, kan je ze best twee weken laten staan’. Duidelijk geen populair combo in die contreien. Sowieso is het met heel Nederland en Pet Shop Boys nooit een echt dampende liefdesverhouding geweest. De tour die ze dit jaar ondernamen ter promotie van hun fantastische nieuwe album Electric deed ons land niet eens aan. Verdorie.

Hoe dan ook, in 1999 deed het duo Nederland wel aan, Destijds ter promotie van het album Nightlife. In de Willem Alexanderzaal van het Haagse Congresgebouw en het was de eerste keer dat ik ze live zag. Puike show, waarbij één nummer me extra opviel. In de studioversie is I Don’t Know What You Want But I Can’t Give It Anymore een rampestamper met door de overdadige arrangementen Songfestival-, dan wel musicalkwaliteiten. Live met een spaarzamer arrangement werd me de tweede laag pas echt duidelijk. Onder die kitscherige laag muziek gaat een prachtig en dieptriest nummer vol onmacht over een stuklopende relatie schuil. Alsof de titel dat niet al weggaf, maar goed.

Heb ook het idee dat veel mensen dit pareltje juist door die malle lange titel in combi met het ‘je moet er van houden’ geluid heel snel terzijde schuiven. Het is ook nooit een echte hit geweest. Hij kwam de Tipparade niet uit en in de Mega Top 100 schopte ‘ie het tot nummer 64. Tijd voor een herwaardering derhalve. Wie stemt ‘m de Snob 2000 in?

Keuze Juan Gomez Ocampo: New York City Boy (1999)

Coming out song van een nieuwe generatie

Als The Pet Shop Boys  iets doen doen ze het goed. Ze staan bekend om hun perfectionisme waarbij er niets aan het toeval wordt over gelaten.

Soms grijpen ze even terug naar vervlogen tijden. Doen ze dat,  dan doen ze dat zo goed dat het weer eigentijds wordt. Of zelfs een trend neer zetten.

Dit gebeurde toen, in 1999,  New York City boy uitkwam. Een nummer dat zo op nummer 1 had kunnen staan, in 1978. Een nummer vol met disco-clichés. Maar ook catchy en dus blijft het, als je het hoort, zich maar herhalen in je hoofd. Je komt er de hele dag niet meer van af.

Het typische discogeluid, het mannenkoor waarvan de geruchten nog steeds gaan dat het The Village People zou kunnen zijn , de intrigerende passages, de bijna hemelse engelenstem van Neil versterkt door violen en synthesizers, en het piano stukje tegen het einde aan is meesterlijk.  De bijbehorende clip, deels opgenomen in de legendarische Studio 54,  maakt het nummer extra campy maar wat blijft het een lekker nummer.

New York City Boy is onderdeel van een muzikale reeks. Het beschrijft een hoofdstuk uit de gay én non gay life van vele fans in 20ste en 21ste eeuw.

En zo  blijft Pet Shop Boys een stempel drukken op elke decennium met eigenzinnig geluid.

Bijzonder ook : De clip is een van de laatste opnames waar de Twin towers nog te zien zijn.

Dus zet het op, volume op tien en laat je gaan. Ook voor heterogasten :-).

Keuze René Louwter: The Way It Used To Be (2009)

Pet Shop Boys op hun best: een verhaal, gelaagdheid in de muziek en een mooie opbouw

Hetero Pet Shop Boys-fans hebben het niet altijd gemakkelijk gehad.

Noem je je favoriete groep dan wordt er na diep graven ‘Go West’ gezongen (overigens een briljante cover van een niet zo briljant nummer). Daarna wordt je gerefereerd aan de rare pakjes die ze droegen. Het album uit die periode is niet ondergewaardeerd dus daar breng ik niets van in.

Aan het eind van je PSB-betoog noem je vaak nog West End Girls. Dit nummer kan algehele waardering ontvangen. Gelukkig..

Opeens was daar het album Fundamental (2006). De pers schreef weer over ze en de fans zagen weer wat oude glans onder de stoflaag vandaan komen die er in de voorgaande tien jaren op was komen liggen. Natuurlijk waren er in die periode ook leuke (album)tracks maar het leek toch een beetje op de herfst van de dierenwinkeljongens die er aan dachten om de winkel te sluiten.

Na Fundamental kwam Yes (2009) als heerlijk popalbum. Zoals vaker hadden ze weer de juiste mensen achter de knoppen gevonden met als resultaat een album met zowaar weer een aantal potentiële hits.
Love Etc. was de eerste single. Heerlijk vertrouwd fris. Voor de fans werd Pandemonium het prijsnummer van het album en tevens de titel van de daaraan gekoppelde tour.

Voor mijn echte prijsnummer kom ik uit op The Way It Used To Be. Een verhaal, gelaagdheid in de muziek en een mooie opbouw van het nummer. Dit alles aan het bijna einde, track 10, van het album.

Hierna ging de weg weer verder omhoog met als voorlopig nieuw hoogtepunt Electric uit de zomer van dit jaar.

Advertenties

Over Freek Janssen

Opperhoofd. | Top 3 ondergewaardeerde liedjes: 1. Paolo Nutini - Candy, 2. The Doors - Yes, The River Knows, 3. Editors - No Sound But The wind | Eerste single: UB40 - Don't Break My Heart. Gekocht op een rommelmarkt, samen met een ouwe rode pick-upspeler. Nog altijd een van de weinige UB40-liedjes die ik kan aanhoren. | Eerste album: The Best of The Police en Money For Nothing van Dire Straits. Vreemd genoeg twee cd's met liedjes uit een tijd voordat ik actief naar de Top 40 ging luisteren. | Meest gekoesterde plaat: Racoon -Till Monkeys Fly. Door de jaren heen (sinds 2000) het meest constant gedraaid. Verliest nog steeds niks aan urgentie. | Guilty pleasure: BZN - Mon Amour. Ik heb er meerdere, maar dit is de ergste; verfoeid in mijn jeugd (want te vaak gehoord op de autoradio), herontdekt tijdens een vakantie in Frankrijk (ook in de auto, via een eigengemaakte foute Vive La France-cd). | Beste concertervaring ooit: Pearl Jam, Werchter 2012. Alle concerten van Pearl Jam eindigen hoog, maar hier explodeerde de festivalweide bijna. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: